Liesbet in tuin

Wat kun je zelf doen om je leefomgeving te verbeteren? Het Atlas-team bezoekt drie experts. We namen eerder een kijkje in de tuin van moesmeisje Kim Nelissen en meteoroloog Grieta Spannenburg. Deze keer kijken we mee in de tuin van bodemexpert Liesbet Dirven. Liesbet vertelt hoe we kunnen zorgen voor een gezonde bodem, want Darwin wist het al: die bodem is de basis voor een gezonde tuin!

De bodem is allesbepalend voor een gezonde stadstuin. Niet alleen bepaalt de bodem de conditie van de planten, het bepaalt ook welke planten er kunnen groeien. Het is belangrijk om die bodem gezond te houden. Dit helpt ook om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Planten en bomen in een gezonde bodem hebben minder moeite om te herstellen van hitte en droogte. En een gezonde bodem slaat ook CO2 op. Maar die gezonde bodem, die krijg je niet vanzelf, daar moet je aan werken.  

Ongelooflijk veel leven

"De bodem vergeten we vaak,” stelt Liesbet Dirven, adviseur bodembeheer bij RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ze woont in gemeente Wijdemeren en beschikt over een tuin van maar liefst honderd vierkante meter. Bij tuinieren zien we immers alleen wat er boven de grond gebeurt. En die bodem mag misschien een dooie boel lijken, maar schijn bedriegt. “Er zit ongelofelijk veel leven in de bodem,” aldus Liesbet. “In een theelepeltje grond zitten tussen de tien tot duizend meter schimmeldraden en miljoenen bacteriën.”

De bodem bepaalt 

Bloemenzee tuin Liesbet

De bodemsoort bepaalt welke planten er kunnen groeien. Zo groeien zonnehoed, pioenrood en aardappelen goed op kleigrond. Lavendel en uien gedijen goed op zandgrond en op de zure veengrond doen rododendron, hortensia en peulvruchten het prima. Planten op zandgrond hebben het lekker warm en hebben zuurstof genoeg, want een zandgrond warmt snel op. Het nadeel is dat zandgrond ook weer snel uitdroogt, omdat het water makkelijk langs de grove korrels loopt. Kleigrond is wat fijner van structuur en houdt het water goed vast. Maar bij regenval blijft het water vaak staan.

In haar eigen tuin gaat Liesbet vooral voor variatie. “Dat ziet er leuk uit,” zegt ze. “Maar het is ook goed voor de biodiversiteit en het verkleint de kans op plagen. Want elke plant is een host voor specifieke (bodem)diertjes. Zo werk ik in mijn eigen tuin aan een goede biodiversiteit en balans."

Laat het aan de bodem zelf over

“Ik laat de bodem zijn werk doen,” vertelt Liesbet. “Een gezonde bodem met een variatie aan bodemleven houdt zichzelf in evenwicht. Ik gun mijn bodem zijn welverdiende rust door niet grof te spitten, maar de grond licht om te woelen.” Ook bewerkt Liesbet haar bodem minimaal. De bodem voedt ze met plantencompost. “Dat ruikt veel lekkerder dan chemische mest en is veel beter voor het milieu. En bestrijdingsmiddelen komen bij mij niet de bodem in!”

"En vergeet de regenworm niet," benadrukt Liesbet. Darwin wist het al bijna 150 jaar geleden, getuige zijn laatste werk. De gravende regenworm is onmisbaar voor een goed werkende bodem. Regenwormen houden met hun gewoel de bodem lekker luchtig en graven diepe gangen. Die helpen de bodem om het regenwater op te vangen. Ook bodemorganismen als bacteriën, schimmels en aaltjes dragen bij aan een goede verhouding tussen vocht en zuurstof in de bodem.

Op onderzoek in eigen tuin

Bodem omspitten

Liesbet gaat regelmatig in haar eigen tuin op onderzoek uit. “Dan ga ik met mijn handen door de grond en kijk ik naar de kleur,” vertelt ze. “Is deze donker of juist heel licht? Een donkere grond bevat meestal veel organische stof met voeding voor planten. Dat wil je graag voor een goede groei van de planten."

Ook checkt Liesbet regelmatig hoe de grond aanvoelt. Koud, warm, droog, vochtig of kruimelig? "Zo weet ik wanneer ik water moet geven," legt Liesbet uit. "En voel ik of de grond al opgewarmd is na een koude winter." Is de grond kruimelig? "Dan weet je dat er veel leven in de bodem zit. Wortels kunnen dan makkelijk doorgroeien. Als de grond hard en blokkig is, is het voor wortels moeilijk om erdoor te komen.” 

Geven en nemen

Het kost eventjes tijd, maar als je je bodem goed verzorgt, krijg je daar zoveel voor terug. Liesbet: “Ik geniet dagelijks van mijn bodemcadeautjes, zoals de prachtige bloemen, kruiden en groentes. Nu bloeien de akelei en de goudsbloem en dat oogt prachtig. En de munt en marjolein zorgen ervoor dat het heerlijk ruikt. Met die munt kan ik een lekker kopje kruidenthee zetten. En ik vind het heerlijk ontspannend om in de tuin bezig te zijn. De bodem brengt mij letterlijk in beweging!”

Liesbet in tuin

    Je bodem verbeteren? Leer van Liesbet!

    • Bewerk de grond minimaal. Dan verstoor je het evenwicht tussen de bodemorganismen en bodemlagen niet.
    • Laat blad- en gewasresten het hele jaar door op de grond liggen of bedek je bodem met een organische laag van bijvoorbeeld fijngemaakt gras, houtsnippers of boomschors (mulch). Bodemdiertjes vinden plantenresten heerlijk! Ook droogt de bodem bij warmere temperaturen minder snel uit en geeft hevige regen geen uitspoeling meer.
    • Maak contact met je bodem! Graaf, kijk, voel en woel!
    • Maak een takkenril of takkenhoop. In deze takken kunnen dieren zich verstoppen, dit zorgt voor meer variatie in je tuin. Dit bevordert de biodiversiteit en je hoeft de takken niet af te voeren.
    • Voeg af en toe een beetje compost toe. Let op: schep die niet heel diep door de grond. Bovenop de grond of een klein beetje door de bodemlaag harken is voldoende.
    • Laat stengels en zaaddozen staan in de winter. Dit staat niet alleen mooi, maar bodemdieren kunnen erin overwinteren en ook biedt het een mooie rustplaats aan vogels.

    Nog meer weten?